Algemene huurvoorwaarden

  Artikel 1 – Toepasselijkheid 

1. Deze algemene voorwaarden gelden voor overeenkomsten betreffende de huur van voertuigen tussen verhuurder (Gill Autoverhuur B.V., KvK: 91981115) en huurder. 

2. De onderhavige algemene voorwaarden zijn eveneens van toepassing in het geval van sponsoring en/of de kosteloze terbeschikkingstelling van de bestelwagen. 

3. Deze voorwaarden zijn onherroepelijk van toepassing op de huurder en zijn rechtsgeldige vertegenwoordigers of gevolmachtigden. Laatstgenoemde personen verbinden zich hoofdelijk en onbeperkt, samen met de huurder, voor de nakoming van alle verplichtingen die voortvloeien uit de huurovereenkomst. 

Artikel 2 – Op afstand/buiten verkoopruimte 

Sluiten partijen een overeenkomst online of telefonisch, of buiten een verkoopruimte, dan gelden de wettelijke regels over deze transacties. Deze regels staan in boek 6 titel 5 afdeling 2b van het Burgerlijk Wetboek. In deze gevallen gelden deze wettelijke bepalingen in aanvulling van en in afwijking op deze algemene huurvoorwaarden. Volgens deze wettelijke bepalingen heeft de huurder geen recht op herroeping (ontbinding) van de huurovereenkomst. 

Artikel 3 – annulering 

Bij annulering door de huurder van een tot stand gekomen overeenkomst voor aanvang van de huurovereenkomst is de verhuurder gerechtigd 50% van de overeengekomen huurprijs in rekening te brengen. 

Artikel 4 – prijzen, kosten en betaling 

1. De verhuurder is gerechtigd een vooruitbetaling tot 50% van de huursom in rekening te brengen. De vooruitbetaling dient onverwijld na totstandkoming van de huurovereenkomst te worden voldaan. Indien de vooruitbetaling niet tijdig wordt voldaan, dan is de verhuurder gerechtigd de overeenkomst te annuleren zonder daartoe schadeplichtig te zijn. 

2. De volledige (restant)huursom dient uiterlijk voor aanvang van de huurperiode te worden voldaan. Andere bedragen moeten door de huurder betaald worden binnen veertien dagen na ontvangst van de factuur. 

3. De huurder dient het verschuldigde bedrag te betalen vóór het verstrijken van de betalingsdatum. Alle door de verhuurder te maken gemaakte gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten om betaling van een schuld af te dwingen, kunnen aan de zakelijke huurder in rekening worden gebracht. Voor consumenten geldt de wettelijke regeling. 

Artikel 5 – bij de huurprijs inbegrepen posten 

1. Bij de huurprijs zijn de volgende posten inbegrepen tenzij partijen uitdrukkelijk en schriftelijk anders zijn overeenkomen: 

o een onbeperkt aantal te rijden kilometers; 

o verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid; 

o de kosten voor onderhoud en reparaties aan de motor en mechaniek van het voertuig zijn inbegrepen, indien deze noodzakelijk zijn en niet zijn ontstaan ten gevolge van een overtreding door huurder van de verplichtingen uit deze algemene voorwaarden en de tot stand gekomen huurovereenkomst. De huurder kan slechts aanspraak maken op vergoeding van deze kosten indien het maken van deze kosten op voorhand schriftelijk door de verhuurder zijn goedgekeurd. 

2. De verhuurder behoudt zich het recht voor om eventuele onjuiste prijsopgaven eenzijdig te herzien en te corrigeren. 

Artikel 6 – niet in de huurprijs inbegrepen posten 

1. De volgende posten zijn niet inbegrepen in de huurprijs: 

o schade/reparatiekosten die op grond van de wet, de huurovereenkomst of deze algemene voorwaarden voor rekening van de huurder komen; 

o boetes, tolheffingen en andere kosten direct verbonden aan c.q. ontstaan door het gebruik van het voertuig door de huurder: deze worden één op één doorbelast aan de huurder, met een verhoging van € 7,50 aan administratiekosten; 

o brandstofverbruik: indien de huurder het voertuig niet met een volle tank inlevert, dan is de verhuurder gerechtigd naast de brandstofkosten een bedrag van € 10 aan administratiekosten in rekening te brengen; 

o de toeslag voor het gebruik van AdBlue bedraagt € 2,50 per dag. 

2. Ingeval huurder het voertuig in het buitenland gebruikt, is de verhuurder gerechtigd de onderstaande bedragen in aanvulling op de overeengekomen huurprijs rekening te brengen: 

België (+€ 50,00) 

Duitsland (+€ 50,00) 

Luxenburg (+€ 75,00) 

Frankrijk (+€ 175,00) 

Oostenrijk (+€ 200,00) 

Denemarken (+€ 200,00) 

Zwitserland (+€ 200,00) 

Polen (+€ 200,00) 

Tsjechië (+€ 200,00) 

Italië (+€ 250,00) 

Spanje (+€ 250,00) 

Slovenië (+€ 250,00) 

Portugal (+€ 300,00) 

VK (+€ 300,00) 

Kroatië (+€ 300,00) 

Overige Landen (neem hiervoor contact op) (+€ 300,00) 

3. Voor gebruik van het voertuig in niet genoemde landen is een door verhuurder in redelijkheid vast te stellen toeslag verschuldigd door de huurder. 

4. De huurder is verplicht op voorhand aan de verhuurder kenbaar te maken of de huurder het voertuig in het buitenland zal gaan gebruiken. 

Artikel 7 – waarborgsom 

1. Verhuurder is gerechtigd een waarborgsom van € 400,00 in rekening te brengen die uiterlijk voor aanvang van de huur moet zijn voldaan. 

2. De waarborgsom wordt in beginsel terugbetaald binnen 7 werkdagen nadat het voertuig is ingeleverd. De verhuurder kan de dan nog openstaande kosten verrekenen met de waarborgsom. De verhuurder specificeert deze kosten. 

3. In geval van schade of verlies in de vorm van sleutels (zie artikel 8.11) van het voertuig of bij gehuurde spanbanden aan de zijde van de verhuurder, die voor rekening komt van de huurder, wordt deze met de waarborgsom verrekend. In dat geval zal terugbetaling plaatsvinden zodra de omvang van de schade duidelijk is. 

Artikel 8 – instructies voor de huurder 

1. De huurder moet met het voertuig en andere gehuurde zaken omgaan zoals een goed huurder betaamt en ervoor zorgen dat het deze overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt. 

2. Het is de huurder niet toegestaan om huisdieren te vervoeren (anders € 50,00 euro schoonmaakkosten), in het voertuig te roken (anders € 250,00 schoonmaakkosten), het voertuig te gebruiken op een circuit, op een terrein waarvoor het voertuig niet geschikt is, of op een terrein waarvan het betreden op eigen risico is. 

3. Het is huurder niet toegestaan het voertuig te gebruiken voor rijles, voor vervoer van personen tegen betaling anders dan voor carpooling of voor het voortrekken van een wagen of aanhangwagen. Met het voertuig mag huurder geen wedstrijden rijden, of snelheids-, rijvaardigheids- of betrouwbaarheidstesten doen. 

4. Het is huurder niet toegestaan het voertuig te gebruiken bij of voor handelingen in strijd met de wet- of regelgeving. 

5. Huurder dient het oliepeil en de bandenspanning op niveau te (laten) houden 

6. De Huurder mag het voertuig nimmer meer beladen dan het toegestane gewicht van 3500kg inclusief inzittenden. 

7. Huurder moet de bagage aan en in het voertuig zorgvuldig vastmaken. 

8. Huurder moet ervoor zorgen dat het voertuig niet wordt bestuurd door iemand die onbevoegd is of kennelijk geestelijk of lichamelijk ongeschikt. Alleen personen die als bestuurder op de huurovereenkomst zijn vermeld, mogen het voertuig besturen of anders over het voertuig beschikken. Bestuurders dienen te allen tijde de leeftijd van 21 jaar of ouder te hebben. 

9. Het is de huurder niet toegestaan het voertuig onder te verhuren. 

10. Huurder is verplicht om bestuurders, passagiers en andere personen die huurder het voertuig laat gebruiken te wijzen op de regels van de verhuur en ervoor te zorgen dat deze zich hier ook aan houden. 

11. Huurder dient onder meer zorgvuldig om te gaan met de bij het voertuig behorende sleutels, de bediening van de alarminstallatie en de bij het voertuig behorende documenten. Bij verlies van een sleutel is huurder aansprakelijk voor de volledige kosten die gepaard gaan met het vervangen van de sloten van het voertuig. 

12. Huurder dient de door verhuurder aangegeven voor het voertuig geschikte brandstof te tanken met, indien vereist, de door verhuurder aangegeven vereiste toevoegingen. 

13. Het is huurder niet toegestaan met het voertuig zaken te vervoeren met een gezamenlijke waarde van meer dan € 15.000,00, tenzij anders is overeengekomen. 

Artikel 9 – pech(hulp) en schade 

1. In geval van voor huurder kenbare of waarneembare defecten, schade aan of met het voertuig toegebracht of vermissing van het voertuig is huurder verplicht: 

o hier zo spoedig mogelijk melding van te maken; 

o de instructies van verhuurder op te volgen; 

o gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen en bescheiden die op de gebeurtenis betrekking hebben aan verhuurder of aan diens verzekeraar te verstrekken; 

o het voertuig niet achter te laten zonder het behoorlijk tegen het risico van beschadiging of vermissing beschermd te hebben; 

o de verhuurder en door de verhuurder aangewezen personen alle gevraagde medewerking te verlenen ter verkrijging van schadevergoeding van derden of als verweer tegen aanspraken van derden. 

2. Bij ongevallen, beschadiging of vermissing is huurder daarnaast verplicht: 

o melding te doen bij de politie ter plaatse; 

o zo spoedig mogelijk een volledig ingevuld en ondertekend schadeaangifteformulier aan verhuurder over te leggen; 

o zich van erkenning van schuld in enigerlei vorm te onthouden. 

o huurder is verplicht de verplichtingen en verboden van dit artikel op te leggen aan bestuurder, passagiers en andere gebruikers van het voertuig en toe te zien op de nakoming daarvan; 

o huurder is verplicht schade of defecten onverwijld te melden bij de verhuurder. 

3. In geval van voor huurder kenbare of waarneembare schade of defecten aan het voertuig, is het huurder niet toegestaan het voertuig te gebruiken indien dat kan leiden tot verergering van de schade of van de defecten, of tot vermindering van de verkeersveiligheid. 

4. De huurder kan aanspraak maken op pechhulp indien de optie pechhulp is aangevinkt in de huurovereenkomst. Onder pechhulp wordt in ieder geval verstaan dat indien mogelijk het voertuig op kosten van de verhuurder vervangen wordt door een bij voorkeur gelijkwaardig voertuig, wanneer er een defect aan het voertuig zal moeten worden 

gerepareerd. Dit geldt alleen als deze reparatie waarschijnlijk langer dan twee werkdagen zal gaan duren. Verhuurder heeft in dit geval 48 uur te tijd om reparatie of vervangend vervoer te verzorgen. Bij het huren van een bakwagen of oprijwagen wordt er geen vergelijkbaar voertuig geleverd. Voorts vallen de kosten van de repatriëring onder de pechhulp. Indien pech/schade (waardoor verder rijden niet mogelijk is dan wel toegestaan is) het gevolg is van het handelen van de huurder in strijd met de huurovereenkomst, de wet of de algemene voorwaarden, dan worden de kosten van de pechhulp niet door verhuurder vergoed en aan de huurder doorbelast. 

5. Het is de huurder niet toegestaan zonder schriftelijke toestemming van de verhuurder reparaties uit te voeren, een garage in te schakelen of een sleepdienst in te schakelen. Indien huurder daartoe wel overgaat, dan is hij gehouden de daardoor ontstane schade aan de verhuurder te vergoeden en voorts kan de huurder geen aanspraak maken op een vergoeding van de gemaakte kosten. 

Artikel 10 – Aansprakelijkheid van de Huurder 

1. Huurder is voor schade van de verhuurder per schadegeval aansprakelijk tot het op de huurovereenkomst vermelde eigen risico. Indien de huurovereenkomst geen eigen risico vermeldt, dan geldt een eigen risico van € 1.500,00, behoudens ingeval van bovenhoofdse schade en schade aan een oprijwagen. Dat is schade van de verhuurder aan het deel van het voertuig dat zich op een hoogte van meer dan 1.80 meter boven de grond bevindt of aan op het voertuig bevestigde zaken die zich op meer dan 1.80 meter boven de grond bevinden. Het eigen risico bedraagt bij bovenhoofdse schade voor een consument € 2.500,00 euro en voor een zakelijke huurder € 5.000,00. Het eigen risico bij een oprijwagen bedraagt € 4.500,00. 

2. Huurder is in de gelegenheid het eigen risico gedeeltelijk af te kopen: voor € 15,00 per dag wordt het eigen risico ingeval van een voertuig verlaagd naar € 1.000,00 en voor € 20,00 per dag naar € 750,00. Ingeval van een oprijwagen kan het eigen risico voor € 15,00 per dag verlaagd worden naar € 2.000,00 en voor € 20,00 per dag naar € 1.250,00. Dit moet op voorhand in de huurovereenkomst worden vastgelegd. Bovenhoofdse schade kan nimmer afgekocht worden en valt te allen tijde buiten deze afkoop. 

3. Wanneer de schade voortvloeit uit handelen of nalaten in strijd met de huurovereenkomst, de wet of deze algemene voorwaarden (zoals bedoeld in artikel 8) dan moet huurder de schade van verhuurder volledig vergoeden. Ingeval van (economisch) total loss is de huurder in dit geval gehouden de dagwaarde te vergoeden aan de verhuurder. Dit geldt niet als huurder bewijst dat dit handelen of nalaten aan hem niet toegerekend kan worden of als volledige vergoeding niet redelijk en billijk is. 

4. Als het voertuig met toestemming van de verhuurder buiten openingstijden wordt teruggebracht en/of wanneer het voertuig op een ander plaats dan op het bedrijfsadres van verhuurder wordt gebracht, zodat verhuurder het voertuig kan komen ophalen, dan geldt het volgende: huurder blijft aansprakelijk voor schade van de verhuurder ontstaan tot het 

tijdstip waarop verhuurder feitelijk het voertuig heeft geïnspecteerd of heeft laten inspecteren. Verhuurder zal het voertuig bij eerste gelegenheid inspecteren en zal huurder direct informeren indien schade is geconstateerd. 

5. Huurder is aansprakelijk voor gedragingen en nalaten van de bestuurder, de passagiers en andere gebruikers van het voertuig, ook indien deze niet de instemming van huurder hadden. 

6. Wanneer huurder kostbare zaken vervoert of achter laat in het voertuig, is huurder aansprakelijk voor de schade als gevolg van diefstal of beschadiging, tenzij deze schade door diefstal of beschadiging het gevolg was van een gebrek aan het voertuig. 

7. Indien een lekke band het gevolg is van abnormale slijtage van de banden, komen alle daarmee verband houdende kosten voor herstel/vervanging volledig voor rekening van de huurder. 

8. Zie ook artikel 6 voor boetes en andere heffingen. 

Artikel 11: Exoneratie Verhuurder 

1. Als het te huren voertuig niet beschikbaar is, dan verstrekt de verhuurder aan de huurder een alternatief voertuig. Verhuurder is nimmer aansprakelijk voor schade die de huurder daardoor lijdt, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. 

2. De verhuurder is in geen geval aansprakelijk voor enige schade, verlies of letsel, direct of indirect, dat ontstaat tijdens het gebruik van het gehuurde voertuig, tenzij deze schade het directe gevolg is van opzet of grove nalatigheid van de verhuurder. 

3. De huurder erkent en aanvaardt dat de verhuurder niet aansprakelijk is voor schade aan of verlies van goederen die zich in of op het voertuig bevinden, inclusief maar niet beperkt tot persoonlijke bezittingen, documenten, of andere eigendommen die tijdens de huurperiode in het voertuig zijn achtergelaten. 

4. De huurder is volledig aansprakelijk voor alle schade aan het voertuig gedurende de huurperiode, inclusief maar niet beperkt tot schade door ongelukken, incidenten, of nalatigheid. Dit geldt ook voor schade die het gevolg is van slecht onderhoud van het voertuig door de huurder, bijvoorbeeld door het niet op tijd controleren van de bandenspanning of het oliepeil, behoudens voor zover deze schade onder de dekking valt van de verzekering van verhuurder. 

5. In geval van schade aan het voertuig boven een hoogte van 1,80 meter (bovenhoofdse schade) is de huurder aansprakelijk voor de schade en het eigen risico is niet afkoopbaar. 

6. De huurder is aansprakelijk voor schade van verhuurder die door de huurder niet tijdig is gemeld (zie ook artikel 9). 

7. De verhuurder is niet aansprakelijk voor boetes, kosten of schade die voortvloeien uit verkeersovertredingen begaan door de huurder tijdens de huurperiode (zie ook artikel 6). De huurder is volledig verantwoordelijk voor het betalen van alle boetes, kosten, en schadeclaims die voortvloeien uit dergelijk gedrag. 

8. De huurder vrijwaart de verhuurder van enige claims, kosten, schade of aansprakelijkheid die voortvloeit uit schade veroorzaakt door het gebruik van het voertuig, inclusief maar niet beperkt tot schade door ondeskundig rijden, ongevallen, of het niet naleven van de verkeersregels door de huurder, behoudens voor zover deze schade onder de dekking van de verzekering valt. 

9. Als de huurder het voertuig (tijdelijk) niet kan gebruiken in verband met schade, een technisch mankement, et cetera dan is verhuurder nimmer gehouden een deel van de huurprijs te compenseren. Verhuurder is ook niet aansprakelijk voor (gevolg)schade van huurder doordat het voertuig tijdelijk niet gebruikt kan worden. Vorenstaande geldt niet indien sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid zijdens verhuurder. 

Artikel 12 – De huurperiode en (te laat) inleveren van het voertuig 

1. Huurder is gehouden het voertuig op de dag en tijd waarop de huurperiode eindigt terug te brengen in de staat waarin het voertuig bij aanvang verkeerde. Indien de huurder daarmee in gebreke is dan is de huurder gehouden de daarmee gepaard gaande kosten te vergoeden. Bij aanvang van de huurperiode heeft het voertuig een volledig gevulde brandstoftank (dan wel is de elektrische auto voldoende opgeladen), de overeengekomen accessoires en specificaties en de in Nederland verplicht gestelde uitrusting. 

2. Huurder is gehouden het voertuig schoon te retourneren. Bij niet-nakoming van deze verplichting kunnen de schoonmaakkosten in rekening worden gebracht. 

3. Is er een ander adres afgesproken dan het bedrijfsadres, dan moet het voertuig daar worden gebracht. 

4. De huurder mag het voertuig slechts met toestemming van de verhuurder buiten openingstijden of op een ander adres terugbrengen. 

5. Indien de huurder het voertuig niet tijdig inlevert, dan is de verhuurder te allen tijde gerechtigd het voertuig onmiddellijk terugnemen. 

6. Indien de huurder het voertuig te laat inlevert, zal de huurder voor iedere 24 uur dat het voertuig te laat is ingeleverd een bedrag van € 125,00 verschuldigd zijn. Voorts is de huurder gehouden de volledige schade van de verhuurder te vergoeden indien en voor zover de verhuurder schade lijdt doordat het voertuig reeds verhuurd is aan een andere huurder in de periode dat de huurder het voertuig te laat heeft ingeleverd. 

Artikel 13 – huur voor langere periode 

1. Indien sprake is van huur voor een langere periode dan 1 maand, heeft te gelden dat de huurder gevolg dient te geven aan een oproep van verhuurder om het voertuig voor onderhoud aan te bieden. Een dergelijke oproep van verhuurder zal zo tijdig gedaan worden dat huurder daaraan redelijkerwijs kan voldoen. Bij huurperioden van een maand of korter zal verhuurder huurder niet verplichten het voertuig voor regulier onderhoud aan te bieden. 

2. De huurder is aansprakelijk voor alle herstellingskosten indien bij de teruggave van het voertuig aan de verhuurder wordt vastgesteld dat het voertuig niet tijdig of overeenkomstig 

de instructies vermeld in het onderhoudsboek werd aangeboden voor onderhoud. In dergelijk geval komen de kosten voortvloeiend uit het verzuim van het voorgeschreven onderhoud volledig ten laste van de huurder. 

Artikel 14 – Ontbinding 

1. Verhuurder is gerechtigd de huurovereenkomst zonder ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst te beëindigen en zich weer in het bezit van het voertuig te stellen onverminderd zijn recht op vergoeding van kosten, schade en rente indien: 

o huurder tijdens de huurperiode een of meer van zijn verplichtingen niet, niet tijdig of niet volledig nakomt tenzij de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt; 

o huurder overlijdt, onder curatele wordt gesteld, surseance van betaling aanvraagt, in staat van faillissement wordt verklaard, ten aanzien van hem de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen van toepassing wordt verklaard; 

o verhuurder van het bestaan van omstandigheden blijkt, die van dien aard zijn dat ware verhuurder hiervan op de hoogte geweest, hij de huurovereenkomst niet was aangegaan. 

2. Huurder zal alle medewerking aan verhuurder verlenen om zich weer in het bezit van het voertuig te doen stellen. 

3. Indien huurder overlijdt voordat de huurperiode aanvangt, is de huurovereenkomst zonder ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst ontbonden. 

4. Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van ontbinding op grond van dit artikel. 

Artikel 15 – Verzekering 

Het voertuig is verzekerd met een basis WAM-verzekering. 

Artikel 16 – eigendomsvoorbehoud, verpanding en derdenbeding 

1. De huurder verklaart ervan op de hoogte te zijn en, voor zover vereist, ermee in te stemmen dat het eigendomsrecht van het huurobject berust bij een derde of in de toekomst aan een derde kan worden overgedragen. Tevens erkent huurder dat het huurobject kan zijn of kan worden verpand aan een derde, ter zekerheid van de betaling van al hetgeen deze derde van de verhuurder te vorderen heeft of mocht krijgen, uit hoofde van huur- en/of financiële leaseovereenkomsten dan wel uit andere rechtsverhoudingen. 

2. Onverminderd de rechtsgeldigheid van de onderhavige huurovereenkomst, verplicht huurder zich ertoe het huurobject op eerste verzoek terstond en zonder enig beroep op een retentierecht of ander opschortingsrecht af te geven aan de in lid 1.1 bedoelde derde, indien en zodra die derde afgifte vordert op grond van de niet-nakoming van verplichtingen van de verhuurder jegens hem. In een dergelijk geval wordt de huurovereenkomst van rechtswege en met onmiddellijke ingang als ontbonden beschouwd. De afgifte dient plaats te vinden op het kantoor van de derde of op een door de derde aangewezen locatie. 

3. Indien de situatie zoals omschreven in lid 1.2 zich voordoet en de derde het gebruik van het huurobject door huurder wenst voort te zetten, is huurder verplicht op eerste verzoek van de derde een huurovereenkomst met hem aan te gaan, voor de resterende duur van de onderhavige overeenkomst en onder gelijke voorwaarden. 

4. Partijen komen uitdrukkelijk overeen dat de artikelen 7:226 en 7:227 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing zijn op deze overeenkomst. 

5. Het in dit artikel opgenomen derdenbeding is onherroepelijk en kan niet door de huurder noch door de verhuurder worden herroepen. 

Artikel 17 – toepasselijk Recht en Bevoegdheid 

1. Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing, tenzij op grond van dwingend recht het recht van een ander land van toepassing is. 

2. Als er sprake is van een geschil dan kan dat geschil uitsluitend worden voorgelegd aan de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden. Er is sprake van een geschil als één partij het aanmerkt als een geschil. 

DERDENBEDING 

1.1. Huurder verklaart ermee bekend te zijn en voor zover nodig ermee in te stemmen dat het eigendom van het huurobject bij een derde kan (komen te) berusten of dat het huurobject kan zijn (of worden) verpand aan een derde, tot zekerheid van de betaling van al hetgeen deze derde van de Verhuurder te vorderen heeft of mocht hebben uit hoofde van huur- en/of financiële leaseovereenkomsten of uit welke hoofde dan ook. 

1.2. Niettegenstaande het bestaan van de onderhavige huurovereenkomst zal Huurder het huurobject op eerste verzoek aan de hiervoor bedoelde derde afgeven, zonder dat Huurder zich daarbij op enig retentierecht kan beroepen, indien en zodra de derde afgifte van het huurobject zal vorderen op grond van niet nakoming van de verplichtingen van de Verhuurder jegens de derde. Als gevolg van deze opeising wordt de onderhavige 

huurovereenkomst van rechtswege met onmiddellijke ingang ontbonden. Afgifte als voornoemd dient te geschieden ten kantore van de derde of op een door die derde aangewezen locatie. 

1.3. Indien de situatie van sub 1.2 zich voordoet en de derde het gebruik van het huurobject door Huurder zou willen continueren, is Huurder verplicht om op eerste verzoek van de derde een huurovereenkomst met hem te sluiten, voor de restant looptijd van de onderhavige overeenkomst onder gelijkluidende condities. 

1.4. Partijen sluiten de toepasselijkheid van artikel 7:226 en 7:227 Burgerlijk Wetboek geheel uit. 1.5. Het in dit artikel opgenomen derdenbeding kan noch door Huurder of Verhuurder worden herroepen. 

Third party clause (ENG) 

1. THIRD PARTY CLAUSE (ENG) 

1.1. The Lessee is aware and insofar necessary agrees to it that ownership of the lease-object may be held by a third party or that the lease-object is (or will be) pledged to a third party, as security for the obligations of the Lessor to such third party on account of rental- and/or financial lease-agreements or any other (legal) relation. 

1.2. Notwithstanding the existence of this rental agreement Lessee will hand over the lease- object to aforementioned third party at its first request without being entitled to any right of 

retention if and as soon as such third party requires the handing over of the lease-object on the ground that the Lessor is in breach with its obligations to such third party. Because of such request this rental agreement will be terminated by operation of law with immediate effect. The handing over as referred to above will take place at a location of aforementioned third party or at the location indicated by such third party. 

1.3. If the situation of clause 1.2 occurs and aforementioned third party wishes to continue the use of the lease-object by the Lessee, the Lessee undertakes to enter into a rental agreement with such third party at its first request for the remaining term of this agreement and under uniform conditions. 

1.4. The Lessor and the Lessee agree to the exclusion of articles 7:226 and 7:227 of the Dutch Civil Code. 

1.5. This third party clause (“derdenbeding”) is irrevocable by both Lessee and Lessor. 

Heb je hulp nodig? Wij helpen graag!
Bel 06 41317242 of chat met ons via whatsapp